De ‘grouwelyke misdaad’ van een Surinaamse plantagehouder en zijn dochter

Een achttiende-eeuwse incestzaak
Auteur: Henk Roosenboom | Uitgever: Walburg Pers B.V., Uitgeverij

24,99

Op 29 juli 1774 werden de 54-jarige Johan Godard Biertempel, vooraanstaand burger en schepen van de stad Helmond, en zijn 25-jarige dochter Petronella Cornelia veroordeeld wegens incest. Hij werd gewurgd, zij kreeg vijftig jaar tuchthuis opgelegd. Geïntrigeerd door dit opmerkelijk vonnis reconstrueerde historicus Henk Roosenboom het levensverhaal van vader en dochter.


Johan Godard Biertempel, rond 1720 geboren in Ieper, groeide als wees op in Middelburg. Hij werd zeeman en militair. In Suriname bestierde hij vijftien jaar lang een plantage. Nadat weggelopen slaven zijn derde vrouw hadden vermoord, ging hij met Keesje, dochter uit zijn tweede huwelijk, terug naar de Republiek. Hij vestigde zich in Helmond en werd onmiddellijk lid van het stadsbestuur. Na aanhoudende geruchten dat Keesje zwanger van hem was, werden beiden gearresteerd. De drossaard en andere Helmondse notabelen probeerden in ruil voor veel smeergeld de zaak in de doofpot stoppen. Uiteindelijk greep de Raad van Brabant in.



‘Een opzienbarend boek‘ – Jerry dwnarain, de Ware Tijd (Suriname)



‘Meer dan een levensverhaal een beeld van achttiende-eeuws Nederland en Suriname. Vakkundig uitgezocht en naverteld.’ – Dr. W.H.P.M (Giel) van Hooff, emeritus onderzoeker aan de Technische Universiteit Eindhoven en voormalig stadshistoricus van Helmond

Dit product is (tijdelijk) niet leverbaar maar elders mogelijk wel verkrijgbaar

Artikelnummer: 9789462498747 Categorieën: ,
Op zoek naar dit boek als ebook?
Tweedehands boeken?

Extra informatie

Subtitel

Een achttiende-eeuwse incestzaak

Auteur

Uitgever

Aantal pagina's

224

Leverbaar

Direct

Uitgiftedatum

16-06-2022

Taal

Nederlands

Productvorm

Zachte kaft

Levertijd

Op werkdagen voor 21:00 uur besteld, morgen in huis

Druk

1

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.


Wees de eerste om “De ‘grouwelyke misdaad’ van een Surinaamse plantagehouder en zijn dochter” te beoordelen