Een foto vertelt

Vijftig familieverhalen van Chinezen uit Indonesië
Auteur: Ing Lwan Taga-Tan, Kioe Bing Yap, Patricia Tjiook-Liem | Uitgever: Stichting Tong Tong

25,00

‘Een foto vertelt’ is ontstaan uit de rubriek ‘Foto met Verhaal’ op de website van de Stichting Chinese Indonesian Heritage Center. In deze uitgave vinden vijftig foto’s met verhalen een permanente plek. In de verhalen ligt een eeuw geschiedenis van Chinezen uit Indonesië besloten. De vooroorlogse verhalen spreken meestal van een onbezorgde tijd met titels als ‘Sinterklaas in de tropen’. Maar er wordt ook ingegaan op gevoelige thema’s als het gemengde huwelijk of de realiteit van raciale segregatie in de Nederlands-Indische maatschappij. Hachelijke situaties tijdens de Japanse bezetting worden met humor en incasseringsvermogen doorstaan.

In de naoorlogse jaren treedt een kentering op. Er is meer en meer sprake van een gevoel van onbehagen en onveiligheid, van toenemende druk om uit Indonesië te vertrekken ‘voor de toekomst van de kinderen’. Een voor een druppelt men Nederland binnen. Uit de verhalen spreekt opluchting dat men voor Nederland heeft kunnen kiezen. Maar ergens knaagt de twijfel: ‘Wie ben ik eigenlijk?’ De derde generatie, de kleinkinderen van grootouders die in de jaren vijftig en zestig besloten Indonesië te verlaten, staat onbevangen tegenover de geschiedenis. Vanuit de zekerheid van hun Nederlandse identiteit zijn ze nieuwsgierig naar hun roots. ‘Een foto vertelt’ neemt deze generatie mee naar hun Chinees-Indonesisch verleden.

Dit product is (tijdelijk) niet leverbaar maar elders mogelijk wel verkrijgbaar

Artikelnummer: 9789078847106 Categorieën: ,
Op zoek naar dit boek als ebook?
Tweedehands boeken?

Extra informatie

Subtitel

Vijftig familieverhalen van Chinezen uit Indonesië

Auteur

, ,

Uitgever

Aantal pagina's

192

Leverbaar

Wordt niet meer herdrukt

Uitgiftedatum

30-05-2019

Taal

Nederlands

Productvorm

Zachte kaft

Levertijd

Wordt niet meer herdrukt

Druk

1

1 beoordeling voor Een foto vertelt

  1. 3 van 5

    H.G. Kho

    Een foto vertelt. Vijftig familieverhalen van Chinezen uit Indonesië

    In 2019 verscheen het boek onder de titel ‘Een foto vertelt. Vijftig familieverhalen van Chinezen uit Indonesië’ van de stichting Chinese Indonesian Heritage Center (CIHC). De uitgave is een verzameling van de rubriek foto’s met verhalen die het CIHC eerder op hun website publiceerde. Een drie koppige redactie stelde de inhoud van het boek samen en de drukkerij van stichting Tong Tong verzorgde de uitgave. Een vermelding van ISBN ontbreekt.

    De verhalen spelen zich af in het voormalig Nederlands-Indië en later in het onafhankelijke Indonesië.
    Alhoewel ieder verhaal anders is en gekleurd door wat men heeft meegemaakt, vormt de rode draad hoe de Chinese Indonesiërs als bevolkingsgroep door de jaren heen zich staande moeten houden in een samenleving met racistische kenmerken. Hun leven bestrijkt over diverse perioden, te beginnen met de periode van het Nederlands-Indische bestuur tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945, de periode rondom de Indonesische onafhankelijkheid in 1945 en de daarmee samenhangende dekolonisatie oorlogen tot aan de soevereiniteitsoverdracht in 1949, de periode van de eerste Indonesische president tot diens afzetting in 1965, de periode vanaf de militaire staatsgreep in 1965 tot aan het einde van de militaire dictatuur in 1998.
    De uitgave is voorzien van een verklarende woordenlijst, die onontbeerlijk is voor de geïnteresseerde lezer die (nog) onbekend is met de achtergrond en gebruikte terminologie en naamgeving.
    Het hoofdstuk is feitelijk insufficiënt, menige termen zijn te summier, onjuist, niet of onvolledig uit de doeken gedaan. Hierdoor komt de nuance van een woord niet goed tot zijn recht.

    Niet te begrijpen termen zullen hierna nader worden omschreven. Allereerst de transcriptie van de Chinese namen.

    Hanyu-pinyin. Na de stichting van de Chinese Volksrepubliek in 1949 is het Hanyu-pinyin geïntroduceerd om de Chinese taal in de Latijnse letters weer te geven. In 1979 is het Hanyu-pinyin officieel in gebruik genomen ter vervanging van het Wade- Giles systeem. Aldus wordt Peking vervangen door Beijing, Kanton door Guangzhou, Nanking door Nanjing, etc. Systematisch en consequent gebruik van het Hanyu-pinyin was netter geweest.

    Rassenscheiding en de gevolgen voor de Chinese Indonesiërs.
    Aangezien de discriminatie jegens de Chinese Indonesiërs één van de factoren is (geweest) waarom zij van tijd tot tijd naar Nederland immigreren, is enige achtergrond informatie op zijn plaats. De geschiedenis gaat terug tot vóór de komst van de Nederlanders in de zestiende eeuw naar de Verre Oosten eilanden. Diverse bevolkingsgroepen leefden met elkaar binnen de archipel. Met de oprichting van de Verenigde Oost Indische Compagnie in 1602 beogen de heersers hun positie onaantastbaar te maken. Hiertoe zijn de op ras gebaseerde segregatie politiek alsmede die van verdeel en heers (Divide et impera) bedreven, welke het reeds in verregaande assimilatieproces een halt toe geroepen is. Immers, het harmonieuze samenleven tussen Chinese immigranten en de autochtone bevolking is gezien als dreigement voor de beoogde heerschappij. Het in 1816 gevormde bestuur van Nederlands-Indië zette het beleid voort. Door aan de Chinezen een bepaalde functie toe te kennen zoals onder andere als belastinginner, beschouwt de autochtone bevolking hen als de groep die hun leven moeilijk maakt. Ze worden de zondeboek in perioden van politieke onrust en in economisch barre tijden.

    Apartheid gedurende de koloniale periode van het Nederlands-Indische bestuur.
    Zo is de bevolking, in tegensteling tot wat zich in Zuid-Afrika van 1948 tot 1990 afspeelde, totaal gescheiden in drie afzonderlijke groepen, zijnde de autochtone (Inlandse bevolking), de Europeanen en de Vreemde Oosterlingen, elk met hun eigen en gescheiden maatschappelijk leven. Zo zijn er sociëteiten en onderwijsinstellingen die uitsluitend toegankelijk voor de Europeanen zijn. De toegang tot zwembaden en andere sport aangelegenheden is gescheiden en er zijn verschillende Wetboeken voor elke bevolkingsgroep: Wetboek van Strafrecht voor Europeanen en Wetboek van Strafrecht voor Inlanders (gebaseerd is op adatsrecht en gewoonterecht) dat in beginsel ook van toepassing is op Vreemde Oosterlingen. Voor de laatstgenoemden geldt voorts de verplichting dat zij in hun uiterlijk zich dienen te identificeren als Chinees. Op deze wijze moeten zij hun haardracht en kleding aanpassen. De succesvolle zakenman Oei Tiong Ham (1866-1924) heeft zijn wens om in de driedelig pak Europese kleding te mogen dragen moeten aanvechten in de rechtbank. Pas toen het vonnis voor hem gunstig is uitgevallen, is hij overigens als eerste van de Vreemde Oosterling bevolkingsgroep die vrij is zich te kleden als Europeanen.

    Gelijkgestelden aan de Europeanen. Niet-Europese Nederlands-Indische ambtenaren kunnen een gelijkstelling aanvragen. Als zij voldoen aan de gestelde eisen dan zijn ze bij het rechtbankbesluit gelijkgesteld zijn aan Europeanen. Het besluit wordt vervolgens gepubliceerd in het Staatsblad. De gelijkstelling gaf hen toegang tot eerder verboden zaken, zoals: Europese scholen voor hun kinderen, Europese sociëteiten, sportaangelegenheden, enzovoort. Bovendien werden zij het Nederlands paspoort uitgereikt, indien zij zich buiten het gebied van de Nederlands-Indië begaven. Kinderen van gelijkgestelden die geboren worden na het rechtbankbesluit krijgen de geboorteakte voor Europeanen. Kinderen die daarvoor waren geboren dragen de geboorteakte voor Chinezen.
    Totok en Peranakan. Totok Chinezen zijn in China geboren Chinezen die in Nederlands-Indië (later Indonesië) woonachtig zijn. Zij spreken de Chinese taal en beoefenen de Chinese cultuur. Peranakan Chinezen zijn daarentegen de nazaten van een gemengd huwelijk met Indonesiërs. Zij spreken de Chinese taal niet meer en identificeren zich meer met de Indonesische cultuur.

    Naturalisatie. In de verklarende woordenlijst is naturalisatie de Nederlandse nationaliteit. Het is niet zo. Naturalisatie is het toekennen van de nationaliteit van een bepaald land aan een vreemdeling die daarom vraagt. De aanvrager dient te voldoen aan de gestelde eisen voor het verkrijgen van die nationaliteit.

    Persoonsnamen. De wijze van de vermelding van persoonsnamen in de verklarende woordenlijst dient nader te worden toegelicht. De vermelding van de persoonsnaam begint in de Aziatische landen eerst met de familienaam gevolgd door de voluit vermelding van de voorna(a)m(en). Afkortingen worden niet gebruikt. Voorbeeld: Liem (familienaam) Tian Ing (voornamen). In Nederland daarentegen, wordt eerst de voornamen afgekort weergegeven gevolgd door de familienaam. Liem Tian Ing wordt op de Nederlandse wijze van vermelding als T.I. Liem weergegeven.
    Verplichte naamwijziging. Na de militaire staatsgreep van 1 oktober 1965 waarbij generaal Suharto aan de macht kwam, is er voor een ieder behorende tot de niet-autochtone bevolkingsgroep middels het besluit van het Kabinetspresidium nr. 127/1966 verplicht doch niet vrijwillig een Indonesisch klinkende naam aan te nemen. In de praktijk geldt het uitsluitend voor de Indonesiërs van de Chinese kom af, echter niet voor Indonesiërs van Arabische, Indiërs en/of van andere kom af. Zo is de naam Tan Boen An gewijzigd tot Tanboenan, Lim An Tjiang tot Limantoro gewijzigd, enzovoort. De meeste Javanen kennen slechts een naam, de familienaam ontbreekt. Menige Chinese Indonesiërs die afwijzend tegenover de verplichte naamsverandering staan, maar toch niet aan die verplichting konden ontkomen hebben een Indonesisch klinkende namen aangenomen die aan dit voor hen pijnlijke racistische episode vastlegt. Zo wijst de naam Kasnowo Diponegoro naar het feit dat hij/zij als Chinees door de overheid gedwongen is tot Javaans te worden.
    Door de verplichte naamwijziging, welke nergens anders in de wereld gebeurt, zijn de familie verbanden uit elkaar getrokken. Immers, men weet niet of Anton Suharjo zijn neef is als hij door de wijziging naar de nieuwe naam Sarwo Utomo luistert.

    Pogrom tegen de Chinese Indonesiërs is een steeds terugkomend gebeuren in Indonesië en staat niet los van de koloniale periode. Een van de zwarte bladzijden van het koloniaal bewind van Nederlands-Indië dient niet onvermeld te blijven, als het gaat om het beschrijven van de vervolging van de Chinese Indonesiërs. Tussen 9-11 oktober 1740 vond onder de verantwoordelijkheid van de gouverneur generaal A.Valckenier de Bataviase Furie plaats. Tienduizenden ongewapende Chinezen zijn in en rondom Batavia vermoord. Aanleiding was er grote werklozen onder de Chinezen in de suikerplantages, die in opstand kwamen. De wijk Tanah Abang (de rode aarde = bloed van vermoorde Chinezen) van Jakarta, als ook de rivier Anke (kali Anke = rode rivier) herinneren zich aan dit gebeurtenis.
    Niet alleen tijdens de dekolonisatie oorlog (1945-1949) moesten Chinese Indonesiërs het ontgelden, ook op gezette tijden vond het pogrom plaats in de inmiddels onafhankelijke Indonesië, zoals onder andere in 1960, in 1963, in 1965, in 1966, in 1974, en meest recent in 1998.
    Rondom het uitroepen van de onafhankelijkheid van Indonesië op 17 augustus 1945 zijn Chinese Indonesiërs slachtoffers geworden van moordpartijen. Ze zijn beschuldigd als zijnde pro dan wel spionnen van Nederland. Zo zijn in Tangerang alleen honderden Chinese Indonesiërs vermoord. Buiten Java vielen met name in Sumatra veel slachtoffers onder de Chinese Indonesiërs.
    In November 1959 is de presidentiële decreet nummer 10 (PP 10/1959) van kracht geworden. De wet die in afwezigheid van de president Sukarno door de minister van handel Rachmat Mujomisero is getekend, verbiedt buitenlanders om detailhandel op het platteland te doen en verplichtte hen om hun bedrijf voor 1 januari 1960 over te dragen aan autochtone Indonesiërs. In de praktijk zijn uitsluitend de Chinese Indonesiërs het slachtoffer geworden. Velen zijn door de wet niet meer in staat in hun levensonderhoud te voorzien. Armzalig zijn ze opgevangen door de Chinese vereniging Zhong Hua Hui Guan. Meer dan honderdduizend van hen zijn in de loop van de daaropvolgende periode gerepatrieerd naar China.
    De gebeurtenissen in de ochtend van 1 oktober 1965 luiden het einde van de periode van de Sukarno in. Zijn opvolger, generaal Suharto maakte korte metten met alles wat links is. De massamoord die volgde, eisten tot het voorjaar 1966 volgens schatting tenminste een miljoen doden. Onder de slachtoffers waren er duizenden Chinese Indonesiërs, daar zij geassocieerd werden met het communistisch China. De periode van Suharto (1967-1998) vormt het hoogtepunt van discriminerende wetten jegens Chinese Indonesiërs. Naast de eerder beschreven verplichting voor naamsverandering bepaalt het besluit van Kabinetspresidium no.127/1967 tevens dat de vermelding Tionghoa en Tiongkok vervangen moet worden met het scheldwoord Cina. Volgens ingewijden zou generaal Sumitro, de voormalige commandant van de Brawijaya bataljon, die in 1967 tot het machtscentrum van Suharto is toegetreden, de bedenker zijn van die wijziging.
    In de rumoerige mei dagen van 1998 aanleiding gevende tot het aftreden van Suharto zijn de Chinese Indonesiërs opnieuw het slachtoffer geworden. Honderden Chinese vrouwen zijn verkracht en vermoord in Jakarta en omgeving. Met het einde van Suharto bewind zijn racistische en discriminerende wetten door zijn opvolgers teruggedraaid.
    De uitgave is verre van vlekkeloos. Het is werk aan de winkel voor de redactie indien er een herdruk aan de orde komt.

    Amstelveen, 31 oktober 2020 Dr. H.G. Kho


Een recensie toevoegen